Mokumse jihad van liefde

De afgelopen jaren hebben we ons lekker uitgeleefd met de campagne I Amsterdam. Heel succesvol allemaal. Toeristen gingen oprecht geloven dat de Keukenhof in onze achtertuin ligt en dat je dus per se in Amsterdam een kamer moet huren om daar naar toe te kunnen.
En meer van dat.
Zoals wel vaker als je “ik” voorop zet, verviel ook deze campagne van I, I, I in aiaiai, van bloeiend toerisme in angstaanjagend toerrorisme. En dat doet iets met ons allemaal.

Het stadsbestuur heeft in het allerallerdiepste geheim een wet gesmeed. Vanaf nu komt er geen Nutellapot meer bij in Amsterdam. De triomfantelijkheid spatte van het persbericht af. Alsof de plaatsvervangend burgemeester IS hoogstpersoonlijk te slim af was geweest.

Maar daarmee waren we er nog niet. Als je vanaf nu (een kamer in) je huis illegaal verhuurt, kun je een boete krijgen, die kan oplopen tot 20.000 euro. Dat staat gelijk aan een geldboete in de vierde categorie. Dat is een geldboete die ook wordt opgelegd voor misdrijven waarvoor je 2 jaar gevangenisstraf kunt krijgen. Voor het – zonder de gemeente daarvan te verwittigen – herbergen van een toerist in huis. Althans, daar ga ik dan even van uit. Ik geloof niet dat de maatregel is bedoeld tegen de (broodnodige) opvang van vluchtelingen. Of voor het bieden van een schuilplaats aan een officiële terrorist. Nee, die inwoners van Amsterdam… schorem is het. Ferm tegen optreden. Die huisvesten dus echte toerroristen. Voor geld. Waar doet ons dat toch aan denken.
Godzijdank ben ik al een tijdje van Airbnb af, aangezien ik inmiddels weer in staat ben mijn WOZ-aanslag te betalen zonder met enige regelmaat allervriendelijkste mensen te logeren te hebben.

De winkelier en bewoner zijn dus kaltgestellt. Da’s onder controle. Maar ondertussen blijft het wel een toestand met die toerroristen zelf. Die gewapend met rolkoffers Amsterdam onveilig maken. Wild met joints en blikjes in het rond schieten. Gekoesterde geveltuintjes rücksichtsloos doodpiesen.
Ik merk bij mezelf ook, dat dit geschut me raakt. Dat fietsen door de Damstraat me soms bijkans agressief maakt. Dat ik dan aandrang krijg degenen, die “expres” niet op de stoep lopen, bij wijze van goedbedoelde waarschuwing, lichtjes aan te rijden.
Het is een gevoel, dat me bevreemdt, maar zich toch sluipend van mij meester maakt, terwijl ik ‘s ochtends briesend de peuken uit de voegen van mijn stoepje krab, de bank even opnieuw in de lak zet en mijn plantenbakken weer ontdoe van de restanten van een wilde nacht.

In mijn reflectie over wat mijn bijdrage kan zijn om deze wapenwedloop te keren, moet ik opeens denken aan die meneer, die bij de aanslag in Brussel zijn vrouw verloor. En daar een boek aan wijdde.

Een jihad van liefde.

Dat is het antwoord. Of om het in andere woorden te zeggen:

Zorg goed voor onze stad en voor elkaar.

Juist vandaag. En dus ook morgen.
Ik begin alvast.
Zelf, maar niet alleen.

Zin om te reageren?

Laat een reactie achter: